Het is lekker koud als ik van het winkelcentrum in Mariahoeve naar ons huis in het Bezuidenhout loop. Het vriest, ik voel het aan mijn tintelende neus. Ik hou ervan, ik krijg moed van deze kraakfrisse kou.

Ik recht mijn rug en steek met mijn rugtas vol boodschappen de grote rotonde over en vervolg mijn weg langs de trambaan. Tussen de twee Haagse wijken ligt een groene strook met sportvelden, precies in de ‘zichtlijn’ van Huis ten Bosch. Alhoewel het paleis niet te zien is door de hoge bomen en het zwembad, maar deze strook loopt van oudsher van het paleis naar de Vliet in Voorburg waar de hofarts ooit zetelde. De strook is nog steeds heel groen met sportvelden, een speeltuin en speelweide, volkstuinen en loopt ook achter het spoor in Voorburg nog helemaal door. Ik ben er blij mee, want het levert prachtige stukjes groen op in de stad en ik wandel graag een rondje door de wijk en het Haagse Hout.

‘Ik kan nog wel even de pillen halen die ik gisteren heb besteld’, bedenk ik mij als ik voor mij uit de Loudonstraat zie waar onze huisarts en apotheek zijn gevestigd. ‘Dan heb ik dat maar vast gedaan!’

Dan hoor ik een niet-alledaags geluid boven mij: ‘Klepperdeklepperdeklep’. Dat is de ooievaar, weet ik meteen, zelfs al heb ik dit geluid nog niet heel vaak gehoord. Ik kijk omhoog en ja hoor, op een hoge lantaarnpaal boven de elektriciteitsdraden van de tram zit een ooievaar te klepperen, hij gooit zijn nek naar achteren en daar gaat zijn snavel op en neer. ‘Klepperdeklepperdeklep’. Een tweede zwaluw landt op de lamp ernaast. Is het een paartje? Misschien wel. En dan zie ik er nog meer, uiteindelijk tel ik vijf ooievaars. Eentje blijft boven rondcirkelen, zijn witte vleugels met zwart uiteinde wijd gespreid. De andere twee strijken even verder op een lantaarn neer en één neemt het geklepper over. Gefascineerd kijk ik naar wat er gebeurt. Wat een prachtige vogels! Even word ik boven al mijn zorgen uitgetild. Wat is dit mooi!

Na een tijdje gekeken te hebben, vervolg ik mijn weg. De schemer zet al in, maar vlakbij de apotheek zie ik het silhouet van nog een ooievaar op de traditionele ene poot hoog boven de trambaan. Ooievaars horen bij Den Haag. Een deel overwintert in een weiland bij Marlot en ze broeden op de flats van Mariahoeve, Ze fascineren mij, net als de reiger. Ook al zo’n vreemde vogel die je vaak op één poot tegenkomt. Ik heb er een tekenproject van gemaakt.

Niet vreemd dus dat ik denk aan de nieuwjaarskaarten die al op de tafel liggen om verstuurd te worden. Alleen nog even de etiketten uitprinten en dan kunnen ze nog net mee op de laatste dag van de Decemberzegels. En zo streep ik weer wat af van de to-do-lijst!